Extensorpees letsel zone 1 (mallet)

Een mallet vinger is letsel van de pees die er voor zorgt dat de vinger strekt. Het letsel zit ter hoogte van het eindkootje (afbeelding 1). Hierdoor kunt u de vinger niet of minder goed strekken. Soms gaat dit letsel ook gepaard met een fractuur van het eindkootje (afbeelding 2).

Oorzaak:

Dit letsel kan ontstaan wanneer de vinger met kracht wordt gebogen zoals bijvoorbeeld bij balsporten, stoten of het opmaken van het bed. Bij ouderen of mensen met een reumatische aandoening kan een gering trauma al tot dit letsel lijden.

 

Symptomen

Bij een malletvinger zie je dat het topje van de vinger af gaat hangen doordat de strekpees op dat niveau niet meer zijn werk kan doen. Dit kan pijn en zwelling geven.

 

Behandeling:

Behandeling van dit letsel kan, afhankelijk van de ernst zowel operatief als conservatief. Bij een conservatieve behandeling krijgt u een spalkje waarin het eindkootje van de vinger als het ware overstrekt wordt. In deze stand heeft de pees de kans om uit zichzelf te herstellen. Het middelste gewrichtje van de vinger blijft vrij zodat u deze gewoon kunt buigen.

De spalk dient u minimaal 8 weken, 24 uur per dag te dragen. Het is niet toegestaan om de spalk af te doen. Het is niet toegestaan de vinger te buigen, ook niet bij bijvoorbeeld het wassen van de handen. Als de vinger gebogen wordt moet de spalkperiode opnieuw gestart worden.

 

Na de eerste periode van 8 weken controleert de handtherapeut of de strekpees voldoende hersteld is. Wanneer deze voldoende is hersteld mag u in een periode van 6 weken voorzichtig onder begeleiding van uw therapeut de spalk afbouwen. In de nacht houdt u de spalk om.

 

Oefeningen:

Tijdens de eerste 8 weken mag u absoluut geen oefeningen met de vinger doen. De strekpees moet rustig kunnen herstellen en kan dit niet wanneer er geoefend wordt.

 

Na de eerste 8 weken gaat u in overleg met uw therapeut oefeningen doen die ervoor zorgen dat de strekpees weer meer belastbaar wordt en gaat u in overleg met uw therapeut de spalk rustig afbouwen. Daarnaast moet u er tijdens deze periode goed op letten dat u geen plotselinge knijpbewegingen maakt.